vrijdag 13 september 2013

Zeven Maanden Geluk

Waarschuwing aan de lezer: deze blogpost is ietwat melig en cheesy. En langdradig ook wel een beetje. Sorry daarvoor. Ik ben doorgaans niet zo, maar vandaag dus wel. Gewoon, omdat ik niet anders kan. Je zal wel begrijpen waarom...

Mijn lieve kleine Emil,

Het is vandaag vrijdag 13 september. Een ongeluksdag? Voor mij niet hoor. Want het is vandaag precies zeven maanden geleden dat jij in mijn leven kwam. Het was op die ijskoude maar o zo zonnige woensdag 13 februari 2013. Intussen is het al zeven maanden geleden, maar ik herinner het me nog alsof het gisteren was. Het was op de dag dat ik wakker werd en me een beetje mottig en misselijk voelde (een “katergevoel”, maar vermits ik zwanger was en al negen maanden geen druppel alcohol meer gedronken had, was dat out of the question). Het was de eerste keer dat ik me zo voelde in mijn zwangerschap, die verlopen was zonder ongemakken. Een droomzwangerschap. Daarom vond ik het raar. Maar ik dacht: wellicht heb ik iets verkeerds gegeten gisteren en vannacht heb ik slecht geslapen, dus het zal wel passeren... Over naar de orde van de dag! En dus schoot ik in actie. Wie mij kent, weet dat ik geen seconde kan stilzitten. Zelfs niet met jou, een zeer actieve baby, in mijn buik. Integendeel, ik had vaak het gevoel dat jij me nόg meer energie gaf!

Gezwind vertrok ik richting Zeebrugge om in de vismijn verse zeebaars te halen. Ik had een topgerechtje van Jeroen Meus op het oog dat ik ’s avonds zou klaarmaken voor je papa en mezelf. Ik had er al zin in, yummie! Mijn goede humeur werd enigszins getemperd doordat er krampjes opstaken op weg naar zee. Lichte krampjes weliswaar, maar ik was blij dat er niet te veel volk voor mij in de viswinkel stond want rechtstaan was een beetje lastig... Ik dus met mijn vis terug richting Brugge. En ook met mijn krampjes, die maar niet wilden weggaan. Ik merkte zelfs dat ze met een bepaalde frequentie de kop opstaken... Ik wilde graag nog naar de supermarkt om groentjes voor bij de vis te halen. Maar ik besloot wijselijk om toch eerst langs huis te gaan en na de middag boodschappen te doen. Ik zou een beetje gaan neerliggen om de krampjes te doen verdwijnen. Plus ik moest ook dringend plassen, een rode draad doorheen de laatste maanden van mijn zwangerschap.

Ik dus de zetel in. Onder mijn dekentje, lekker naar een serietje kijken (“Modern Family”, voor wie het interesseert, een van de grappigste series van het moment). Maar de krampjes... Die bleven. Ik maak me niet snel zorgen, maar toen werd ik toch wat ongerust. ’t Is te zeggen, niet echt ongerust, maar het begon stilaan te dagen: zouden dit mijn weeën zijn? Ik was uitgerekend voor 19 februari, en volgens de gynaecoloog was er veel kans dat je vroeger zou geboren worden omdat de zwangerschap zo vlot liep. Het was dus goed mogelijk dat le moment suprème aangebroken was. Aan onze frigo hing een briefje van de vroedvrouw, en onder het kopje “Wanneer moet je mij zeker bellen?” las ik: “Als de weeën om de 5 minuten komen”. Dus ik besloot om het te timen. En ja hoor, stipt iedere vijf minuten had ik een krampje/wee. Je was op komst, Emilio! Maar ik had niet veel pijn, ik beschouwde het nog steeds als “krampjes”. Dus het zou allemaal goed meevallen, daarvan was ik overtuigd. Ik belde naar de vroedvrouw, die me zei dat de bevalling wellicht begonnen was. Ze zou langskomen over een uurtje, en in tussentijd moest ik me rustig bezighouden. Moeilijk voor mij, want ik wilde nog de was ophangen en stofzuigen... Wat ik dan ook deed, maar ik moet toegeven dat het me moeilijk afging.

Mijn eerste gedacht toen de vroedvrouw me zei dat de bevalling begonnen was, was: “Oh neen, het gaat toch zeker geen Valentijnsbaby worden!?”. Ik ben namelijk echt niet aan Valentijn, en ik wilde niet dat jij je verjaardag zou moeten vieren op deze fake feestdag. Maar de kans zat er goed in dat het wél zo zou zijn, want ik ging ervan uit dat de bevalling lang zou duren. Ik ging af op verhalen van vriendinnen, die uuuuuuuuren aan een stuk op de verlostafel gelegen hadden. Ik bereidde me voor op het ergste. Ik had al massa’s TV-series klaarliggen en de laptop stond vol muziek om een lange, slepende bevalling te overleven. Hell yeah I was ready for it J
Toen kwam de vroedvrouw, en alles zag er goed uit. Ik belde naar je papa om te zeggen dat hij op ’t gemak naar huis mocht komen. Dat “ons mormeltje” (want zo noemden we jou tijdens de zwangerschap) in aantocht was. Dat hij zich niet moest haasten want er was nog tijd. De vroedvrouw zou over een paar uur terugkomen voor een volgende controle. Mocht de pijn te snel verergeren, dan moest ik zeker bellen. Maar dat zou niet nodig zijn, dacht ik. Ik had me duidelijk vergist. Want toen je papa rond 16u thuiskwam, kwam het plots allemaal in een stroomversnelling terecht. Je had haast, lieve Emil, je wilde zo snel mogelijk bij ons zijn. Want terwijl ik tevoren nog rustig in de zetel kon liggen en iedere vijf minuten “een pijntje” moest wegblazen, kon ik vanaf dat moment weinig anders doen dan kronkelen en janken van de pijn. Wij dus opnieuw gebeld naar de vroedvrouw, die snel terugkwam. Wat bleek: ik had al 9 cm ontsluiting (voor de leken onder de lezers: 10 cm = bevalling). In mensentaal: ik moest stante pede naar het ziekenhuis. Anders zou jij thuis geboren zijn.

Mijn valiesje, dat stond al weken zorgvuldig klaar in de gang. Daar hoefde ik me al geen zorgen meer over te maken. Er was geen seconde tijd te verliezen, dus ik vertrok in mijn slonzige joggingbroek naar het ziekenhuis. Onder zwaar protest van mijn innerlijke fashionista uiteraard, maar op dat moment kon ik alleen maar aan jou denken, niet aan mooie kleren. Je papa (hij bleef zeer rustig de hele tijd, dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht!) aan het stuur, ik half liggend op de achterbank, de vroedvrouw in haar auto achter ons, telefonerend met de spoedafdeling van het ziekenhuis om te verwittigen dat er een woman in labor aankwam. Het was een avontuur, en ook al had ik pijn, ik genoot er eigenlijk wel van. Omdat ik wist: eens ik in het ziekenhuis ben, gaat het snel gaan. Supersnel. Dan gaan ze me op de verlostafel leggen en moet ik nog even flink zijn. Maar dat zou ik wel kunnen. Want de beloning, die zou zo mooi zijn.
Aangekomen op de spoedafdeling, vroeg men mij of ik een rolstoel wilde om naar het verloskwartier te gaan. Hell no, ik was al de hele dag – wat zeg ik: al negen maanden! – zo flink en sterk geweest, dus ik zou nu ook nog wel op eigen benen in het verloskwartier geraken zeker!? Zelfs al betekende dat dat ik onderweg drie keer moest stoppen om met mijn ellebogen op mijn knieën te steunen om een nieuwe wee op te vangen. Maar de vroedvrouw zei de hele tijd “Je doet het zo goed meisje, jij bent echt gemáákt om te bevallen!” en dat gaf me veel kracht. In het verloskwartier ging het zoals verwacht: ik werd op de tafel gelegd, vervolgens gebruikte de vroedvrouw mij nog even als proefkonijn voor haar drukpuntmassage-experimentjes (ik dacht: whatever, doe met mij wat je wilt, ik kan me nu toch maar focussen op één ding...), en daarna moest ik nog een kwartiertje heel sterk en flink zijn. Voor een epidurale verdoving was het te laat, en daar ben ik achteraf gezien heel blij om. Zo heb ik jouw geboorte bewust en intens kunnen meemaken samen met je papa. En ik zei het al, ik vond het superplezant, ondanks de pijn. Gewoon het gedacht: we zijn bezig met iets waardoor ons leven voorgoed gaat veranderen en nog zoveel leuker gaat worden – ik vond dat echt de max J Al die tijd was jouw papa een echte schat, hij steunde me zo goed. Nu ja, daar had ik echt niet aan gewtijfeld hoor. Hij was immers ook al zo lang aan het uitkijken naar jouw geboorte. En dan was je er. Om 18u40. Toen de vroedvrouw jou op mij legde, keek ik naar jou en dan naar je papa en besefte ik: vanaf nu zijn we met drie. Vanaf nu zijn wij “PJ, Josie & Emil”. En ik wist toen al dat ik het nooit meer anders zou willen.


Vandaag zijn we zeven maanden later en is er al zoveel gebeurd. Heel veel leuke dingen uiteraard, met als hoogtepunt onze vakantie in de Provence deze zomer – tien heerlijke dagen waren dat! Al geef ik toe dat de eerste drie maanden bij momenten behoorlijk lastig waren. Ach ja, er is een reden waarom er zoiets bestaat als “zwangerschapsverlof”, nietwaar? De eerste maanden was het vooral zoeken naar het nieuwe levensritme met jou erbij. Ontdekken en jou leren kennen. Mama leren zijn, met vallen en opstaan, met alle bijhorende gevoelens. Vermoeidheid door de slapeloze nachten in het begin. Onzekerheid omdat de borstvoeding niet goed lukte. Schuldgevoel omdat ik daardoor na zes weken al op flesjes ben overgeschakeld. Paniek bij je eerste verkoudheid. Bezorgdheid toen bleek dat je reflux had. Het hoorde er allemaal bij. Maar ook, en vooral: liefde. Tons of love. En die liefde, die neemt alleen maar toe met de dag.


Ik geniet van alle kleine dingen die je doet. Wanneer je ’s morgens wakker wordt en begint te tateren en te lachen. Want dat ben je wel, onze kleine vrolijke lachebek. Met je mooie grote kijkers waar iedereen zo zot van is (en waarmee je later wellicht vele meisjesharten zal breken). Zelfs als we je ’s avonds in je bedje leggen en je volledig uitgeput bent na een dagje crèche, lig je nog te kirren van plezier. Jouw joie de vivre is zo aanstekelijk, kleine schat. Ik vind het heerlijk om te zien hoe je alle harten verovert wanneer we ergens zijn. En hoe je, zelfs voor total strangers pakweg aan de kassa in de supermarkt, je mooiste (voorlopig nog tandenloze) glimlach tevoorschijn tovert. Vergezeld van je glinsterende pretoogjes. Als je weer eens, vanuit het niets, spontaan ergens mee begint te schaterlachen (God knows why...), barst ik zelf ook in lachen uit. Al die kleine dingen en die eindeloze liefde, dát is geluk.



Lieve Emil, je bent de perfecte mix tussen je papa en mezelf. Je koppigheid en beweeglijkheid heb je wellicht van mij (ik behoed me al voor de dag waarop men mij meedeelt dat je ADHD hebt J). Het ongeduldige en sociale kantje van je papa. En de zwemmicrobe tot ons beider groot plezier ook! Je vrolijkheid en je schoonheid, die heb je vast en zeker van ons allebei geërfd J Je bent onze kleine clown, onze minigangster, ons snurkvarkentje, ons klein protje. Je bent het beste wat ons ooit kon overkomen. Wij drie, wij gaan zoveel plezier hebben samen. Binnenkort ga je kruipen, lopen, babbelen, spelen,... En in het voorjaar ga je mee met ons op skivakantie naar Vaujany. Daar kijk ik nu al enorm naar uit! Van februari tot vandaag kan ik samenvatten als: zeven maanden puur geluk. So today really must be my lucky day!



Liefste Emilio, ik ben jouw supertrotse zotte mama. Love you baby xxx
P.S. Die zeebaars van 13/02/2013, die we toen jammergenoeg niet kunnen opeten hebben, ligt nog steeds in de diepvries. Aangezien jij toch zo’n flinke papjeseter ben, moet ik misschien eens overwegen om hem door je patatjes te mixen...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen