maandag 4 november 2013

Grrrr

Ik word niet snel boos. Maar toen ik vorige week mijn boodschappen ging afhalen bij Delhaize Direct (ik ben zwaar fan, zie een eerdere post) werd ik op het randje van razend kwaad. Toen ik gezwind de parking opreed, moest ik namelijk constateren dat de twee gereserveerde parkeerplaatsen voor DD-klanten (op 5 stappen van het afhaalkotje, da’s nu eenmaal deel van de service waarvoor je betaalt) ingenomen waren door mensen die op dat eigenste moment wellicht op hun dooie gemak hun inkopen aan ’t doen waren in de winkel. Die met andere woorden gewoon te lui/leeg/tam/idioot/whatever waren om hun auto verder op de parking te zetten. Awel, dáár word ik dus echt ENORM BOOS van – zeker als een van de twee bewuste wagens een dikke vette 4x4 Mercedes is van ongetijfeld een of andere chichi-madam die schrik heeft om haar designer shoes (waarvan ze er zeker talloze paren heeft staan in haar dressing) vuil te maken of ervan uitgaat dat je álles mag als je met een sjieke bak rijdt...

Grrrrrrr.

OK, ik heb wel snel een parkeerplaats gevonden ietske verder op de parking en mits handig gebruik van mijn vrouwelijke charmes heb ik de DD-medewerker zo ver gekregen dat hij me m’n boodschappen braafjes hielp dragen (én inladen, want als ik iets doe dan doe ik het goed...) tot aan de auto. Maar het gaat mij gewoon om het principe. Je parkeert je auto toch ook niet op een gehandicaptenplaats, of op een plekje gereserveerd voor jonge mama’s met een baby? Komt op exact hetzelfde neer, vind ik. Plus: ik ben een echte parkeerkluns. Als ik mij in een iet of wat netelige parkeersituatie bevind, krijg ik automatisch stress en zweetaanvallen, zodat ik licht ontvlambaar ben voor mogelijke razernijen. Dat zal dus ook wel bijgedragen hebben aan mijn woede-uitbarsting op de Delhaize-parking vorige week.

Maar, zo gemakkelijk als ik op zo’n moment ontplof van woede, even snel is het weer gedaan met de boosheid. Ik beschouw boos zijn en ruzie maken doorgaans als je reinste tijdverdrijf. Al moet ik toegeven dat het wel eens ferm deugd kan doen om alle frustraties en irritaties eraf te foeteren en te schelden zoals vorige week in mijn auto. Gelukkig heeft dat bakske geen oren, of ze zouden serieus getuut hebben...
Zo zijn er nog wel een aantal situaties waarvan mijn haar recht kom staan en ik, mogelijks heel luid, begin te schelden. Een kleine bloemlezing:

* In dezelfde categorie als bovenstaande: mensen die voor mijn garagepoort menen te mogen parkeren zodat ik genoodzaakt ben een plaats te zoeken langs de drukke baan waar wij wonen. In hartje Brugge, that is. Waar het dagelijks wemelt van de toeristen. En er dus nauwelijks parkeerplaats te vinden is, behalve een occasioneel klein hol waar ik mijn auto nog in geen duust jaar deftig kan placeren.
* Slenteraars in ’t stad, zo van die mensen die zeeën van tijd blijken te hebben en ervan uitgaan dat iedereen dat heeft. En die dus aan een slakkengang van 1 km per uur door de winkelstraat waggelen. Als ik achter zo’n mensen loop, kan ik alleen maar denken: G to the rrrrrrr, get out of my way!

* In dezelfde categorie, maar nog véél erger: winkelstraatslenteraars die plotsklaps stoppen (meestal zijn dat obese Britse toeristen, vraag me niet hoe dát komt maar het is een feit) of om een reden die mij voorlopig nog niet duidelijk is out of the blue achteruit beginnen te wandelen, en dan verwonderd zijn dat ik met mijn buggy keihard tegen hen rij. Dat ze gewoon eens normaal doen hé, is dat nu zo moeilijk? Don’t think so... En dat laat ik wellicht ook duidelijk merken met een boze blik...
* In de categorie “60+”: ouwe meten en peten in de supermarkt, op een moment dat zij daar absoluut niét thuishoren wegens zeeën van tijd op andere momenten (serieus, is over de middag of op zaterdagochtend echt het énige moment dat die rakkers tijd hebben?), zeker als ze dan nog eens beginnen te betalen met hun rostjes. Dat gebeurt steevast op momenten dat ik net bitter weinig tijd heb, waardoor ik ongemakkelijk sta te schuifelen aan de kassa en mij keihard moet bedwingen om de centjes niet voor hen uit hun portemonneeke te halen. Grrr.

* Voor bovenstaand probleem heb ik gelukkig al een oplossing gevonden, namelijk online mijn boodschappen doen (gesteld dat de parkeerplaats vrij is, natuurlijk, wat ook al geen evidentie is). Maar in dezelfde categorie is er iets waarvoor ik nog géén oplossing gevonden heb: gepensioneerden op de baan op momenten dat ik meestal al te laat ben. OK, misschien een beetje mijn eigen schuld want ik moet maar vroeger vertrekken. Maar again: dat die eens gaan rondsjezen om momenten dat ze anderen niet hinderen met hun gekluns! Daarvan kan ik echt roepen en schelden dat het niet mooi meer is. En mij achteraf ook serieus slecht voelen hoor, als ik bijvoorbeeld zie dat ik “Eeeeeeeej loser de gas staat rechts zenne!” zitten foeteren heb naar een schattige oude bompa achter het stuur van zijne Lada...
* In de categorie “boos op mezelf”, want die is er uiteraard ook: mijn ipod die plat valt als ik nog niet aan de helft van mijn looptoerke zit. Naar de vogels luisteren, of erger nog naar mijn eigen looppas of gehijg: ik vind dat maar niks. Dat is gewoon om zot van te worden. Ik heb écht mijn muziek nodig om vooruit te geraken. Als dit voorvalt, dan mag PJ ervan uitgaan dat ik mega pissed off thuis kom met een bakkes tot aan de grond. Byebye heilzaam effect van een uurke “ontspanning”.

* Ik kan mezelf ook voor de kop schieten als ik mijn digicorder heb geprogrammeerd voor een megabelangrijk programma (à la “Astrid in Wonderland” en andere guilty pleasures of mine) en wanneer ik me in mijn zetel nestel om het te bekijken, het blijkbaar niet werd opgenomen omdat er “een conflict” was met andere opnames. Aaaaargh! Of als ik de deur uitga en ik bij mijn eerste lompe move al een megaladder in mijn kous maak. Of een prachtig kleedje zie hangen in de winkel maar het is er potverdorie niet meer in mijn maat, maar wél in één maatje groter en ééntje kleiner.
Zeer gefrustreerd word ik hiervan, al besef ik dat dit een luxeprobleem is. De boosheid duurt ook nooit lang, want voor ik goed en wel besef hoe teleurgesteld en geïrriteerd ik ben, stap ik een andere winkel binnen waar ik tientallen mooie kleedjes zie die mij stuk voor stuk passen als gegoten en die er wél zijn in mijn maat. Hupla!
Dan denk ik: life is great. Hell to the yeah.

Moraal van het verhaal: eens goed kwaad zijn over futiliteiten (want toegegeven, dat zijn bovenstaande situaties wel) helpt om te beseffen hoe leuk de rest wel is J
Ik ben wel razend benieuwd (yes, pun absolutely intended!) om te horen waar jullie zoal kwaad of gefrustreerd van worden. Let me know!

Love, Josie xo

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen